Rouwberichten Activiteiten

Wat kan het mij?

Wat kan het mij?

Ja, 't is waar. Ik heb succes bij de vrouwen. Ik ben geen opschepper, het is gewoon zo. Ze cirkelen bijna voortdurend rond me. Waarom, dat zou ik wel eens willen weten. Overdreven knap ben ik niet. En dan spreek ik over alle interpretaties van dat woord. Niet aantrekkelijk, niet intelligent, niet handig. Dan kan het bijna niets anders dan mijn goedlachsheid en humor zijn, misschien wel in combinatie met mijn gedrag en uiterlijk. Dat zullen ze grappig vinden. En heel aanstekelijk.

In de vorige paragraaf had ik het over muggen, dat had je misschien wel begrepen. Ik ben de voorbije week herhaaldelijk gestoken en gebeten, op plaatsen die je niet wil weten. Door een aantal vrouwelijke exemplaren, want zij zijn de stekers, de wakkerhouders. Omdat ze bloed nodig hebben voor de ontwikkeling van hun eitjes, zegt Wikipedia. Wat kan het mij? (Tegenwoordig stel ik mezelf vragen, op zich al een vermoeiende bezigheid, zeker in deze periode van slapeloosheid, daarom laat ik doorgaans de vermoeiende werkwoorden achterwege.) Verrekken, schelen, fucken of verdommen, verdomme! Excuseer.

Mannelijke muggen daarentegen drinken alleen nectar en sapjes, planten zich in stilte voort en bemoeien zich verder nergens mee. Ik zou een goede mug zijn.

Maar mensen zijn geen muggen, al komen muggenzifters in de buurt. Op zich is dat nog een troetelnaampje voor degenen die ik beoog. Ik heb het dan over de zogeheten klavierhelden of toetsenbordridders, de assertieven op azerty, de quertyquerulanten. De bijna ziekelijke klagers die voortdurend denken dat hen onrecht aangedaan is of zij die constant de behoefte voelen om anderen te schofferen.

Ik heb de indruk dat het bij mensen meestal over de mannetjes gaat. Zij steken. Cru gezegd geloof ik dat het vooral diegenen zijn die vroeger frequent de spade, borstel, hamer, schroevendraaier, biljartkeu of misschien wel de breinaald hanteerden, maar die tegenwoordig, uit professionele of vrijetijdsoverwegingen vooral in de buurt van hun toetsenbord vertoeven.

Hebben ze ongelijk? Schoenmakers die bij hun leest bleven, zijn inmiddels al lang failliet. Je moet mee met de moderne tijd, maar sommigen doen dat zo onbehouwen dat het lijkt alsof ze het idee hebben dat ze ongenaakbaar zijn. Het is niet omdat de kwaliteit en de waarde van schoeisel zo gezakt zijn, dat ze het niveau van het geschrevene daarom op evenredige wijze moeten neerhalen.

'De wereld zou doodvervelend zijn als niet ieder zich stiekem superieur achtte aan bijna ieder ander mens,' zei de Amerikaanse schrijver Don Marquis honderd jaar geleden al.

Dat het stiekeme, of beter gezegd het niet uitgesprokene of -geschrevene, steeds vaker achterwege blijft, is in dit geval erg jammer. Vooral omdat het superioriteitsgevoel van velen niet alleen overontwikkeld maar ook nog eens totaal misplaatst is.

Het kwalijkste zijn de anoniemen, je weet wel, de geniepstypers. Die met de schuilnamen, die het met een walgelijke welwillendheid doen en zich op een laffe manier verstoppen achter namen à la Jan Oniem, Wim Cognito of iets dergelijks. Waar stiekem nog een luchtige bijklank heeft, iets 'om bestwillerigs', wordt het hier heimelijk en hatelijk.

Ben ik dan zelf zonder zonden? Ik denk grotendeels van wel, eerlijk gezegd. Toegegeven, achter het scherm neem ik ook veel sneller het voortouw. Tijdens groepsbijeenkomsten voel ik me veel comfortabeler op de achtergrond. Toch kom ik zo nu en dan ad rem uit de hoek, op welke manier dan ook. Ook al ben ik, volgens sommigen, een babbelaar van jewelste, toch heb ik zelf altijd het gevoel gehad dat ik me al schrijvend heel wat gemakkelijker en genuanceerder uitdruk.

Wat Don Marquis zei, klopt volgens mij wel. In elk van ons schuilt effectief een soort superioriteitsgevoel ten opzichte van bijna ieder ander mens. Ik zou het zo gedaan hebben. Dat vind ik dom van haar. Wat heeft ze nu toch weer uitgestoken? Waarom heeft hij dat in hemelsnaam gekocht? Had hij niet beter twee keer nagedacht? Was dat nu echt nodig? We weten het allemaal, van bijna iedereen.

De afstand tussen denken en zeggen is voor velen gelukkig groot. Dat voorkomt een hoop miserie. Maar de afstand tussen zeggen en schrijven is voor anderen veel te klein geworden omdat het toetsenbord een veel te grote rol is gaan spelen in hun bestaan. Wat gezegd wordt, vervliegt. Het geschrevene of getypte blijft je achtervolgen.

Als schrijver neem ik dat erbij. Omdat ik een schrijver ben. Ik kan niet anders. Vergelijk het met de vrouwtjesmug. Voor sommigen ben ik aanstekelijk, voor anderen houd ik geen steek. De mug doet het ook niet om irritant te zijn, maar omwille van haar voortbestaan en wat ze is. Zij heeft het bloed nodig, ik de inkt. Het zij zo. Ik schreef zo. En dat zal ik blijven doen.

Toch mijn excuses aan eenieder die dit leest en opvat zoals het misschien niet bedoeld is, ook aan die eventueel geschoffeerde schoenmaker.

Danny VANDENBERK