Rouwberichten Activiteiten

Horrorhitte

Horrorhitte

Ik zon in de tuin en ik maan de kinderen aan tot kalmte. Een zin die ik verzon, met twee hemellichamen in de hoofdrol. Veel waarheid zit er niet in, want deze vent zit voor z'n -ilator, schrijvend, zoals zo vaak.

Die vervelende keelontsteking is verleden tijd en met m'n nek gaat het ook weer beter, al voel ik me nog verre van topfit. Mijn eigen hemels lichaam zal vandaag geen hoofdrol spelen, zoveel is duidelijk.

De zon en de maan des te meer, want ze komen heden zowat op één lijn te staan, waardoor we een gedeeltelijke zonsverduistering zullen meemaken. Blijkbaar is dit een uiterst zeldzaam fenomeen. Een fascinerend natuurverschijnsel.

Ik zal wel weer het atypische buitenbeentje zijn, de 'zon-derlinge' figuur als het ware, maar het interesseert me allemaal geen hol. Niet dat ik negatief ben, hoor, voor mij mag de zon gerust eventjes verduisteren en daarna weer schijnen voor iedereen. Een zomer vol hittegolven en aanhoudende droogte? Mij hoor je niet klagen. Het leven is geven en nemen, en dan vooral nemen zoals het komt.

Pff, eigenlijk is het hier toch wel pokkeheet. De ventilator kreunt en zucht een lauw windje waar ik alleen maar slaapzuchtig van word. Het schrijfproces op zich verloopt stroef. Het smeekt om uitstel van executie en de advocaat van de duivel stelt zonder verpinken voor om iets te gaan drinken. Liefst een Duvel. Ondanks het feit dat ik al een aantal maanden nagenoeg alcoholloos leef, ben ik geneigd om de motie met beide handen aan te nemen, maar de rechter sputtert tegen.

'Mama wil met de meisjes naar de cinema voor een of andere truttige lebberfilm. Zullen wij anders meegaan? Daar is het tenminste fris en tegelijkertijd spelen ze in een andere zaal ook 'The Backrooms', een psychologische horrorfilm die ik graag zou zien.' Mijn oudste zoon. Hij lacht. Ik ontwaar een glanzend pareltje zweet in z'n donzige pubersnorretje. Zijn grote ogen fonkelen. Een vader-zoon moment ligt in het verschiet.

Niks mis met een potje horror in de namiddag, ook al is er buiten ons geen levende ziel te bespeuren in de zaal. De film zelf gaat over een man die per ongeluk in een quasi eindeloos doolhof van muffe, gelige kantoorruimtes terechtkomt waar een aantal monsterachtige moorddadige creaturen huizen. Een ervan, een reusachtige magere piraat met een angstaanjagend masker, bijt op een gegeven moment totaal onverwacht een stuk uit de schouder van het hoofdpersonage. Uiteindelijk gebeurt er voor de rest vrij weinig, maar de mix van ongemak vanwege het onbekende, de angst om hard te schrikken, het realistische in het surrealistische, het beklemmend claustrofobische en de werkelijke leegte rondom ons zorgt ervoor dat ik na de film een kleine paniekaanval krijg in de ietwat gecompliceerde en met vele gekke gangen ingerichte toiletruimte van het al bij al desolate bioscoopcomplex.

Achteraf, in de broeierige buitenlucht, blijf ik hangen in dat onbehaaglijke gevoel tussen realiteit en fictie. Eens weer thuis lijken de muren op me af te komen.

Een eindje wandelen dan maar. Samen met het vrouwtje. Een blokje om. Het blokje dat ik dagelijks wandel. Terug in m'n routine komen. 't Zal me deugd doen.

Ja. Heilzaam, dat herkenbare. We babbelen over koetjes, kalfjes en de truttige lebberfilm die ze gezien had. We horen vogeltjes fluiten, het vrolijke muziekje van de ijskar ergens in de verte, klop- en boorgeluiden vanuit het huis waarin altijd geklust wordt, het bijna constante geruststellende gezoem van de steenweg wat verderop ... Geluiden hoeven niet altijd vredig of aangenaam te zijn om kalmte te brengen.

Het hoekje om. Nu weet ik dat we precies in de helft zitten. Ik heb het opgemeten, meermaals, mijn stappen inwendig tellend. Ooit zelfs luidop, omdat ik de dag ervoor de tel was kwijtgeraakt. In de winter zijn het er een dertigtal meer. Blijkbaar zet ik instinctmatig kleinere pasjes als het wat kouder is.

Je bent er weer, Danny, denk ik even later. Net als ik mezelf een spreekwoordelijk klopje op de schouder geef, hoor ik een herkenbaar gebonk. Het lijkt op dat uit de film. Het komt dichterbij! Bonk! Bonk! Die reuzepiraat had een houten been! Die bonk is net hetzelfde! Plots komt er een grote gedaante uit een van de voortuinen. Indrukwekkend! Geen piraat, maar een reuzerobot! Een monster! Een soort RoboCop! Wat een kop! Buitenaards, dat staat vast!

Ik sta aan de grond genageld. Mijn vrouw stapt gewoon door, alsof er niks aan de hand is. 'Hallo, jij bent er al helemaal beschermd en klaar voor, zie ik!' roept ze in zijn richting. RoboCop blijkt een van onze buurmannen te zijn met een lashelm op z'n hoofd.

Ik begin opnieuw te stappen, grijns wat mee en doe alsof er niks gebeurd is. Niemand iets gezien, niemand iets gemerkt. Tijdens de laatste honderden meters van onze wandeling komen we alleen nog mensen tegen met eclipsbrilletjes op hun kop.

Is iedereen nu helemaal gek geworden, zoals ik, maar net een beetje anders? Zonsverduistering of zinsverbijstering, het lijken wel synoniemen.

Enfin, ze kunnen hun ogen maar beter beschermen als ze per se willen zien hoe de zon verduistert. Beter dat dan blind worden. Het beeld van de buurman met de lashelm staat in elk geval voor altijd op mijn netvlies gebrand.

Danny VANDENBERK