Uit de oude doos
Ik kan niet zeggen dat ik iets tekort kom. Geen idee, geen benul wat de smaak van honger is. Ja alles, alles kan een mens gelukkig maken. Een zingende merel, de geur van de zee, de zon die doorbreekt, een vers kopje thee ...
De Snuffelmarkt in Halen. Het klonk zo mooi. Een markt, buiten in het zonnetje, wat ontspannen snuisteren tussen bekoorlijke spulletjes van sympathieke handelaars, een ijsje eten of wat drinken op een gezellig terrasje ... En goedkoop! Twee halen, één betalen. Zo zou dat moeten gaan in Halen, zonder inhalige mensen of mensen die je voortdurend willen wegduwen of inhalen.
In werkelijkheid sta ik in een muf hol zonder vensters maar vol gereedschappen, ijzerwaren, sanitair, huishoudartikelen, verven, decoratie, tuingerief, elektro, speelgoed, verlichting, curiosa en kantoormateriaal ... Eigenlijk wil ik al lang naar huis. Er is niks dat me interesseert. Alles staat zo ellendig dicht op elkaar dat je 't er automatisch claustrofobisch benauwd van krijgt.
Jeetje, ik begin trouwens in termen van niks en alles te praten, terwijl ik doorgaans veel genuanceerder ben. Dat komt omdat er van doorgaan niks in huis komt in dit kronkelige drukbevolkte doolhof. Constant lopen er snuffelaars voor m'n voeten. Ze zouden elkaar omverlopen en vertrappelen om eerst bij de trapladders te kunnen, ze cirkelen rond bij de schroevendraaiers, vlak voor je neus graaien ze naar grasmaaiers, ze lopen voor je door bij de boormachines en laten absoluut geen verstek gaan bij de verstekdozen. Alsof hier ergens goud verborgen ligt. Zelfs onze hond heeft meer oog voor de omgeving als hij aan het snuffelen is tijdens zijn wandeling.
Ik kwam voor de curiosa, want zoals ik daarnet al liep te zingen: ik heb niks nodig. Rariteiten en zeldzaamheden, ja, daar sta ik altijd wel voor open. Brocante, zoals dat tegenwoordig heet. Rommel met uitstraling. Hier staan echter vooral nieuwe dingen en dan nog vooral dingen die je gebruikt om te klussen. Ik voel me als een olifant in een porseleinwinkel, als een nudist in een kledingzaak, een vegetariër in een slagerij ... Nu ja, je begrijpt me.
Tot ... Daar! De doos! Het is ze! Ze ziet er zoveel beter uit dan in mijn herinneringen! Het zijn evenwel mooie, nee, prachtige herinneringen! De doos!

De doos stond vroeger in ons ouderlijke huis in de kelder, helemaal vooraan, vlak voor de trap. Daar vond je aan je rechterkant een aantal leggers met oninteressante keukenspullen, zoals ordinaire potten en pannen, maar majestueus in het midden, daar stond ze, in al haar pracht en praal: de doos.
Vergis je niet, in ons huis stonden tientallen, misschien wel honderden dozen in allerlei maten, kleuren en gewichten, toch was er maar één 'DE' doos. Als je sprak over de doos wist elk gezinslid meteen waar je 't over had. Meestal zijn mijn herinneringen in zwart-wit, soms haarscherp, nu en dan eerder vaag. Deze herinnering stond nu in vol ornaat voor me. Een beetje kaki, een beetje zanderig, met lijstjes en kleurige bloemetjes die je bijna kon ruiken.
Juist! De geur, die typische geur van versgebakken wafels, koekjes, chocolade. Van alles, alles wat lekker is. Pennykoeken en Cha-Cha's, dat waren mijn absolute favorieten. Vanwege de smaak en het omhulsel van chocolade, maar ook omdat er soms pakjes Panini-stickers bij in de verpakking zaten. Wat een marketing, wat een verleiding! Zo lekker! En je wilde godverdomme dat dat pak zo snel mogelijk op was, want je wilde nieuwe stickertjes! Ik verzamelde ze als een volslagen gek. Hele speeltijden op school stond ik te ruilen en te marchanderen om mijn album vol te krijgen, wat ook altijd lukte, in tegenstelling tot met mijn grijpgrage tengels uit die dekselse doos te blijven.
Ze was van blik. Ze is van blik. Want ze kijkt me aan. Hier en nu. Ik moet haar openen want ik wil haar ruiken! God, wat mis ik die geur! Ik weet het nog, ik weet het nog goed: je moet haar deksel bij het linkerhoekje vastnemen en haar zo openen. Een hand houdt de doos vast, de andere peutert aan het deksel, voorzichtig, want ze klemt. Als je 't op de gewone manier doet, maakt ze meer kabaal dan de luidste koekentrommel van eender welk oorverdovend orkest en hoort iedereen dat je een koekje neemt, en over een half uurtje is het etenstijd.
Heel m'n kindertijd komt terug. Een tijd waarin het moeilijk was om 'out of the box' te denken. Ik wilde die doos in! Altijd had ik wel trek in een tussendoortje. Dat zat tussen d'oortjes.
Ow, dat gaat veel te gemakkelijk, dat openen. Nee, ze is het niet. Zeker niet. Ze ruikt ook naar niks. Ze ziet er eigenlijk ook veel te goed uit. Geen blutsje, deukje of schrammetje te zien. De doos had er verschillende. Daardoor klemde ze waarschijnlijk zo. Soms leek ze het uit te schreeuwen van de pijn. Mama en papa vonden het blijkbaar niet al te erg. Nu ik zelf papa ben, kan ik het me helemaal voorstellen: altijd dat alarm dat afging als er iemand stiekem een koekje of een wafel wilde nemen. Lekker makkelijk.
Vijf euro. Dat staat er op het prijsstickertje. Een koopje! Zou ik ...
Vreemd toch, hoe je voorwerpen die al een eeuwigheid geleden geruisloos uit je leven verdwenen plots ervaart als een enorm gemis. Hoe dan ook, het verleden is voorbij. Je kan het niet terugkopen. De doos is gedemodeerd. Een herinnering is heerlijk, maar als je heden een herinnering wordt, is het einde nabij.
Aha! De uitgang! Buitenlucht! Toch wou ik dat ik net iets vaker, iets vaker simpelweg gelukkig was. Mm-mm-mm-mm!
Daar ga ik weer. Zingend. De inhoud houdt deze keer weinig steek.
Danny VANDENBERK