Rouwberichten Activiteiten

Stilte voor de storm?

Stilte voor de storm?

Het grootste vliegdekschip ter wereld — de USS Gerald R. Ford, prijskaartje: 13 miljard dollar — moest onverwacht snel het oorlogsgebied in het Midden-Oosten verlaten. Volgens sommige media vanwege technische problemen met het sanitair, volgens anderen omdat zelfs de zwaarste Amerikaanse oorlogsmachine kwetsbaar blijkt voor moderne Iraanse drones en raketten.

Ook de USS Abraham Lincoln is inmiddels uit de regio verdwenen om koers te zetten naar Cuba. Officieel opnieuw wegens sanitaire en technische problemen. Officieus omdat de “korte, beslissende oorlog” waar Donald Trump mee uitpakte allesbehalve beslissend bleek. Je zou bijna denken dat het zogenaamde sterkste leger ter wereld last kreeg van acute zenuwen toen bleek dat de tegenstander terug sloeg en het hun dun door de broek liep.

Voor vrijwel iedereen buiten de propagandamachine is duidelijk dat de aanval op Iran niet het verhoopte resultaat opleverde. Washington rekende op intimidatie, snelle escalatiedominantie en een politiek prestige-effect in eigen land. In plaats daarvan kreeg het een dure uitputtingsslag, internationale nervositeit en opnieuw de vaststelling dat militaire superioriteit niet langer automatisch overwinning betekent.

Met de tussentijdse verkiezingen in aantocht en dalende steun voor het beleid groeit de nood aan een geopolitieke overwinning. En dan verschuift de blik opnieuw naar het westelijk halfrond. In recente strategische documenten en verklaringen duiken steeds nadrukkelijker Cuba, Venezuela, het Panamakanaal en zelfs Groenland op als cruciale zones voor de “nationale veiligheid” van de Verenigde Staten. Achter die taal schuilt een oude ambitie: volledige controle over de eigen invloedssfeer.

Voor wie het gebral nog kan verdragen: in Fakto verscheen recent een analyse waarin de VS overheid openlijk speculeert over een “vriendelijke overgang” of “bevrijding” van Cuba. Alsof de bevolking massaal zou staan wachten op een terugkeer naar het Cuba van dictator Fulgencio Batista — het vakantie-eiland van casino’s, maffia en Amerikaanse multinationals.

Het beeld is bijna grotesk: een Amerikaans vliegdekschip dat voor de Cubaanse kust voor anker gaat, waarna de bevolking spontaan de “bevrijders” zou toejuichen. Een beetje zoals de boodschap aan Iran: “Hou vol, hulp is onderweg.”

Europa houdt zich ondertussen opvallend stil. Met uitzondering van Spanje beperkt het protest zich meestal tot verklaringen zonder gevolgen. Ook de Belgische regering veroordeelt wel de hardhandige Israëlische kaping van schepen van de Global Sumud Flotilla in internationale wateren, maar tegelijk blijven militaire exportstromen grotendeels ongemoeid en worden sancties of het verbreken van academische samenwerking afgedaan als “te complex”.

Dezelfde dubbelzinnigheid zien we tegenover Cuba: de Belgische ambassade sluit de deuren terwijl banken zonder veel tegenkanting financiële transacties en steun aan Cuba blokkeren. Moraal zolang het niets kost.

De mislukte confrontatie met Iran, het moeizame bezoek aan China en de geleidelijke terugtrekking van Amerikaanse troepen uit delen van het Midden-Oosten doen vermoeden dat er zich iets groters aankondigt. Niet noodzakelijk vrede, maar een hergroepering. Een stilte voor de storm.

Veel Europese landen lijken ondertussen te wachten op signalen uit Washington, alsof geopolitiek iets is wat hen overkomt in plaats van iets waarvoor ze zelf verantwoordelijkheid dragen.

Wat als Cuba een minder vriendelijk ontvangst voorbereid heeft? Sinds de mislukte invasie in Varkensbaai heeft het land decennialang gewerkt aan territoriale verdediging en volksmilities. Miljoenen Cubanen kregen militaire training. Een invasie zou geen parade zijn maar een bloedige confrontatie met enorme politieke gevolgen en veel ‘body-bags’ voor de bevolking van de VS.

En wat als daarna Groenland wordt ‘bevrijd’?  Wat als Denemarken een beroep doet op artikel 5 van de NAVO? Blijft Europa dan nog steeds afwachten of worden Europese jongeren naar het front gestuurd?

Benny AHLERS