Rouwberichten Activiteiten

Over Fabels en Feiten

Over Fabels en Feiten

Op de Luikersteenweg staat op meer dan twee meter hoogte een groot, vrolijk gekleurd bord dat je uitnodigt om je vakantie door te brengen op Parelstrand. Een bord met spelende, blondgelokte kinderen op een breed, zonovergoten strand. Het standaard tafereel dat ons wordt voorgespiegeld in glossy reisbrochures en verlokkende commercials.

Veel lager en veel kleiner staat tussen de palen een bordje met de ‘Opvangcentrum Fedasil’. In een afgesloten gedeelte bivakkeren ongeveer 750 vluchtelingen, waaronder veel vrouwen en kinderen. Gevlucht voor oorlog, geweld en onderdrukking.

Die zullen toch nu wel dolgelukkig zijn? Zoiets als van de hel naar het paradijs? Dat valt tegen. Aan de andere kant van het omheinde gedeelte is het minder paradijselijk dan dat bord en sommige fabels ons willen doen geloven.

België heeft de Conventie van Genève uit 1951 ondertekend. Daarin werden na de Tweede Wereldoorlog de opvang en rechten van vluchtelingen vastgelegd. Een wettelijke verplichting om vluchtelingen voor oorlogsgeweld en onderdrukking te beschermen. De Belgische overheid heeft Fedasil opgericht om opvang te regelen. Volgens de wet heeft een vluchteling vanaf dag 1 recht op bed, bad, brood en begeleiding.

Het probleem is dat Fedasil kampt met een krimpend budget en daardoor steeds meer aangewezen is op hulp van de burgerbevolking. Hulp in de vorm van vrijwilligers maar ook van kleding, speelgoed, en dergelijke.

De roep om hulp is niet tevergeefs. Er worden zakken vol aangeleverd. De vraag om hulp roept echter ook hatelijke en racistische opmerkingen op. Opmerkingen die uit een ander universum lijken te komen waarin menselijkheid en solidariteit onbekende begrippen zijn.

Een universum waarin fabels feiten worden. Fabels als: “Ze krijgen 1800 euro per maand leefloon, gratis medicatie, gratis vervoer en waarschijnlijk nog andere dingen” of “Ze krijgen allemaal gsm, steps en hoeven maar te vragen of en er staat een hele zaal vol fitness toestellen.”

Hoe moet je daar in vredesnaam op reageren? Is er überhaupt nog een discussie mogelijk? Voor mij is het na dit soort opmerkingen ‘einde oefening’. Er zijn ook die het moeten hebben van ‘Ik heb horen zeggen dat …’  Soms kun je daar iets mee.

Met een groep hebben we een rondleiding aangevraagd om persoonlijk ervaring op te doen met de levensomstandigheden in dit ‘vakantieparadijs voor asielzoekers’. Voor velen was het schrikken of een ‘eyeopener’ als je wilt. In een houten huisje met enkel glas en geen airco moeten 10 mensen leven. Soms voor vier maanden, soms voor jaren.

Een huisje met drie slaapkamers, een gemeenschappelijke badkamer met toilet en douche en een gemeenschappelijke ruimte. Vaak een slaapkamer per gezin.

Na het onthaal toont een medewerkster voor externe contacten het ‘welkom pakket’ voor de vluchteling: een tweedehands kussen en dekbed, een rol toiletpapier, zeep en tandpasta. Voor de vrouwen nog een pakje maandverband. En ze krijgen een bonnenboekje - net als in de tweede wereldoorlog – waarmee ze periodiek de noodzakelijke voorraden kunnen aanvullen.

Een groot pluspunt van het opvangcentrum Parelstrand is dat elke gemeenschappelijke ruimte ook een keukentje heeft. In andere opvangcentra is een eetzaal waar je op vaste tijden kunt eten wat de pot schaft.

Er is een persoonlijk budget om zelf een maaltijd te bereiden en voor aanvullende hygiënische middelen. Nee, helaas geen 1800 euro per maand. Het varieert: voor een alleenstaande is dat geloof ik 37 euro per week, voor een lid van een gezin van vier 33 euro per persoon.

Ze kunnen bijverdienen door bijvoorbeeld zwerfvuil op te ruimen voor 1,90 euro per uur. Na vier maanden is het mogelijk om een oranje kaart aan te vragen, waardoor ze kunnen solliciteren naar een baan. Van de inkomsten zullen ze een deel moeten afdragen.

Er zijn domweg teveel fabels die we krijgen voorgeschoteld. Mocht je twijfelen aan wat iemand vertelt: vraag Fedasil om een rondleiding en kijk met je eigen ogen.

Tot slot nog een paar vergelijkingen van fabels en de werkelijkheid.

Financiële steun en geld

Fabel: Asielzoekers krijgen direct een hoog leefloon of zakgeld waarmee ze rijk leven.
Feit: Tijdens de procedure krijgen asielzoekers in een opvangcentrum van Fedasil enkel materiële opvang (bed, bad, brood) en een heel beperkt leefgeld per week. Pas als ze erkend zijn als vluchteling, hebben ze recht op reguliere bijstand zoals een OCMW-leefloon, net als iedere andere burger in nood.

Wonen en voorrang

Fabel: Asielzoekers krijgen voorrang op sociale woningen en krijgen een huis cadeau.
Feit: Wie in een opvangcentrum zit, krijgt geen gratis huis. Erkende vluchtelingen moeten net als iedereen zelf op zoek naar een huurwoning of via de normale wachtlijsten een sociale woning aanvragen; zij krijgen geen automatische voorrang op de Vlaamse of Waalse huizenmarkt.

Cijfers en controle

Fabel: Iedereen die naar België komt, mag zomaar blijven en er is geen controle.
Feit: De asielprocedure via het CGVS (Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen) is erg streng. België wijst in meer dan 70 procent van de gevallen een asielaanvraag af na een grondig onderzoek.

Benny AHLERS