Een baksteen die steeds zwaarder wordt
Na de Tweede Wereldoorlog werd in 1948 de ‘wet-De Taeye’ aangenomen. De wet voorzag in het bouwen van 50.000 goedkope woningen. Met bouwpremies en voordelige leningen (tot 90% van de bouwsom) werd woningbezit voor de gewone man bereikbaar. Er ontstond een sterke drang om - door nieuwbouw of renovatie van een bestaand pand - een eigen huis te bezitten.
Uit die tijd stamt de uitdrukking ‘de Belg heeft een baksteen in zijn maag’. De Belg ontdekte een passie om te klussen. Het werd een volk van huiseigenaars. Inmiddels is ongeveer 72% van de Vlamingen eigenaar van een eigen huis, wat de relevantie van het cliché bevestigt. De vraag is of dit percentage zo blijft. De gemiddelde huisprijs in Vlaanderen bedraagt momenteel ca. €380.000.
Na de sterk gestegen vastgoedprijzen in de afgelopen jaren, komt daar, door de oorlog tegen Iran, nog een flinke schep bovenop. Ook de hypotheekrente stijgt mee. De combinatie van hogere rentes en aanhoudend hoge vastgoedprijzen treft vooral starters, die moeilijker een lening kunnen krijgen.
Renovatie, het alternatief voor nieuwbouw, is allesbehalve gemakkelijk en betaalbaar. Zelfs als je een ‘klusser met gouden handjes’ bent. Behalve de hoge prijzen wegen ook de strengere regels voor asbestattest en EPC-attest zwaar bij het zoeken naar een eigen plek.
Sinds 1 januari 2023 geldt de renovatieplicht: binnen zes jaar na aankoop moet het pand worden gerenoveerd tot minstens EPC label D. Bij niet-naleving riskeert men boetes tot €200.000. Naast de financiële perikelen bij de aankoop van een woning, betekent dat er ook een budget moet zijn om de vereiste verbeteringen te financieren.
Niet alleen jongeren kampen met een (te) zware baksteen in hun maag. Ook ouderen hebben te maken met een woningprobleem. Voor een groot deel gaat het om verouderde panden die, eenmaal de kinderen het nest hebben verlaten, te groot is. Om de woning te kunnen verkopen, zelfs als het als gelabeld wordt als een ‘charmant pand dat een opfrisbeurt nodig heeft’, zullen er investeringen moeten worden gedaan.
Daar wringt het schoentje. De pensioenen zijn voor het grootste deel van de bevolking eerder laag dan hoog te noemen. De geplande bezuinigingen en kortingen maken het, samen met de stijgende prijzen, steeds moeilijker om dergelijke investeringen te bekostigen.
De sociale woningbouw in de EU varieert sterk per land, waarbij Nederland koploper is (34,1% van de woningmarkt) gevolgd door Oostenrijk (26,2%), terwijl België met 6,5% aanzienlijk lager scoort. In Graz, de op één na grootste stad van Oostenrijk, kun je comfortabel leven met een netto-inkomen van €1.500 per maand… dankzij de sociale woningbouw door non-profit woning coöperaties. Graz bezit een aanzienlijk aantal eigen woningen ‘Gemeindewohnungen’, die tegen gereduceerde prijzen worden verhuurd, vaak onder beheer van de stad. Naast gemeentewoningen is er veel 'geförderter Wohnbau' (gesubsidieerde woningbouw), waarbij de overheid bouwprojecten van non-profit organisaties ondersteunt in ruil voor lagere huren.
Comfortabel is hier geen loos begrip: sommige sociale wooncomplexen beschikken zelfs over voorzieningen zoals een zwembad op het dak.
Veel Europese landen hebben te maken met dezelfde woningproblematiek. De Europese Unie heeft een ‘Plan voor betaalbare Huisvesting’ ontwikkeld om het aantal betaalbare woningen te vergroten, door de regelgeving te vereenvoudigen en een breder steunpakket voor de financiering van energie-efficiëntie en lokale initiatieven te stimuleren.
Wordt het geen tijd dat België een nieuwe versie van de ‘wet-De Taeye’ aanneemt of dat Lommel zélf initiatieven ontwikkelt in het kader van het Europese plan?
Benny AHLERS