Rouwberichten Activiteiten

Noaberschap

Noaberschap

In onze brievenbus lag een briefje. Van een uitzendbureau. Een organisatie die - in de straat waarin ik woon - medewerkers ‘huisvest’. In de brief wordt gevraagd om te melden als een van de medewerkers zich misdraagt. De brief verwijst naar een woning twee huizen verderop.

Daar wordt je als mens toch blij van? Een organisatie die van tevoren waarschuwt voor problemen die mogelijk kunnen opdoemen. Die aangeeft dat je bij hen terecht kunt als het niet bevalt wat je ziet.
Het lijkt een beetje op ‘noaberschap’, een vanouds ruime en intensieve vorm van burenhulp. Noodzakelijk voor bewoners in een buurt of dorp, waar ze op elkaar zijn aangewezen, elkaar helpen en met raad en daad bijstaan. Vaak is de verscheidenheid en betrokkenheid groot. Dit komt onder andere tot uitdrukking in het een rijk verenigingsleven en vele tradities.
Bij echte ‘noaberschap’ gaat het veelal om directe buren. De uitzendbureau, die de brief in de bus heeft gedaan, is eentje uit Bergeijk. Niet echt bij ons in de buurt, maar ook geen ‘ver van mijn bed’ verhaal. Daarvoor zijn er teveel onderlinge relaties.

Bijna twee jaar geleden kwam ik - eerder bij toeval - in aanraking met werknemers die in dat huis waren ‘gehuisvest’. Hun verhaal staat in mijn column in ‘de Lommelse Gazet’. Het is een verhaal van mensen zoals wij. Geplaagd door armoede en onzekerheden op zoek naar een uitweg. Dat is niet gemakkelijk. Vaak vormen ze een prooi voor uitzendorganisaties.
Tegen een absurd uurtarief ( “Waar ik vandaan kom vind ik niets en is het loon nog veel lager.”) en dure ‘huisvesting’. Van hun schamele loon (1.300 euro per maand) moesten ze de helft afdragen voor de huur van een kamertje in het huis. Geen comfortabele woning. Eerder een slaapplaats waar ze ‘s-ochtends worden opgepikt.
Niet echt het beloofde land. Geen plek waarin ze genoeg verdienen om geld te kunnen overmaken naar familie, die zich ontfermen over hun achtergebleven kinderen. Familie die de rekeningen betalen voor zorg en onderwijs van de kinderen.

Op het eerste gezicht een vriendelijk gebaar. Maar er zit een ongemakkelijke boodschap onder: let op deze mensen. Ze zouden wel eens een probleem kunnen vormen. Alsof wantrouwen het uitgangspunt moet zijn.
En geen zorgen: als er iets misgaat, “regelen wij het wel even”. Alsof het probleem bij individuen ligt, niet bij het systeem dat hen hierheen haalt en onder deze omstandigheden laat leven.
Ja, ik werd pissig over de brief. Waarom? Dat huis in de Kolonie-straat is niet het enige ‘mogelijke probleemgeval’. Het aantal woningen, waarin uitzendbureaus hun werknemers onderbrengen, groeit. In een straat een paar honderd meter verder op worden - zo heb ik gehoord - twintig mensen in een woning ‘gehuisvest’. Twintig!
De brand in een overbevolkt pand aan de Luikersteenweg was toch een waarschuwing? Er zou scherper toezicht komen, zo werd ons beloofd.
Lommel verstrekt een ‘uitbatingsvergunning’ als een uitzendorganisatie een woning aanmeldt om er ‘buitenlandse of Nederlandse werknemers’ in te huisvesten.

Moeten we deze tijdelijke nieuwkomers dus in de gaten houden en gaan klagen als de slechte levensomstandigheden ook buitenshuis zichtbaar worden? Of moeten we begrip tonen voor hun situatie en is klagen ongepast?
Mwah! Je mag best iets zeggen als ze iets doen wat niet door de beugel kan. Eerlijk gezegd, merk ik daar weinig van. De ‘medewerkers’ vertrekken heel vroeg in de ochtend en komen laat terug. Het zijn mensen als ons. Mensen met fouten en gebreken die proberen een menswaardig bestaan op te bouwen. Mensen die proberen er iets van te maken.

Mijn klacht ligt ergens anders: het zijn de huizen. Woningen die – na renovatie – perfect zouden zijn voor jongeren uit onze stad. Jongeren die nu geen betaalbare plek vinden om een leven op te bouwen.
Het is de ‘marktwerking’ die hen in de wielen rijdt. Uitzendbureaus bieden meer. Niet omdat zij het kunnen betalen, maar omdat hun werknemers uiteindelijk de rekening dragen.
Zo verliezen niet alleen deze arbeidsmigranten. Ook jongeren in onze wijk - en in de rest van Lommel - die noodgedwongen op zoek gaan om elders iets betaalbaars te vinden.

Wat moet ik met die brief? Toch een klacht indienen? Bij wie? Bij het uitzendbureau? Dan wordt een structureel probleem herleid tot een individueel incident. Iemand eruit, probleem opgelost. Eerlijk gezegd is mijn vertrouwen in het ‘noaberschap’ van uitzendbureaus beperkt.
Misschien gemeenschappelijk van de gemeente eisen dat ze hun belofte nakomen en strengere criteria gebruiken bij het verlenen van uitbatingsvergunningen?

Benny AHLERS