Rouwberichten Activiteiten

Vliegensvlug

Vliegensvlug

Het leven zit vol plottwists. Een plot is dan een verhaal of een intrige en een twist een omslag, een verandering. Plottwists maken een verhaal memorabel, of een boek verrassend. In het leven lopen meerdere plots kriskras door elkaar heen. Plots die plots kunnen veranderen. Zomaar ineens. Onverwachte wendingen noemen we dat. Klinkt als een contradictio in terminis, want hoe kan je wennen aan dingen die onverwachts gebeuren? Toch is dat de essentie van het leven.

Alles verandert. Als ik vroeger iets nodig had van de winkel, sprong ik op mijn fiets en ging het halen. Vervlogen tijden. Mijn kinderen doen dat al lang niet meer. Ze surfen, vinden wat ze zoeken en laten het aan huis brengen. Gelukkig fungeer ik nog als administratieve tussenschakel, al vermoed ik dat mijn bankkaart daar een grote rol in speelt.

Als tegenreactie op al dat online shoppen ontstond er hier een paar jaar geleden een nieuwe trend, vooral onder de vrouwelijke pubers. In plaats van vanuit de luie zetel sites te bezoeken, swipend en scrollend speurend naar de juiste productjes voor de laagste prijs, gaan ze, in real life, zoals dat heet, op zoek naar écht avontuur en naar de kick van het realiseren van impulsaankopen. Die toevalstreffers willen ze vooral scoren in winkels met een groot assortiment aan spotgoedkope hebbedingetjes.

Naast betaalkaartenlegger heb ik nu dus ook een flexi-job als chauffeur, want die winkels liggen toch o zo ver en je weet maar nooit wat voor groot of zwaar materiaal je er koopt voor een appel en een ei. Terwijl zij, mijn dochters dus, de adrenaline laten vloeien, kan het mij geen hol boeien. Ze doen maar. Soms blijf ik gewoon in de auto zitten en wacht ik. Soms ga ik mee, al betrap ik er mezelf op dat ik meer naar de mensen kijk dan naar al die grote en kleine bakken vol rommel.

En toen gebeurde het. Zomaar opeens. Het overkwam me. Hoewel ik altijd had gedacht dat ik er immuun voor was, dat ik er mij niet aan zou laten vangen. Er ontstond een behoefte. Niet terwijl ik een jong, zwartharig en schaars gekleed mokkel zat af te gapen, zoals je zou verwachten, maar gewoon, tijdens het ... Ja, hoe heet dat? Het snuisteren.

Ja, ik snuisterde. En ineens zag ik 'm liggen. Voor drie euro. Ik zag en ik kocht. Bijna zonder na te denken gaf ik toe aan een behoefte die ik vijf seconden eerder in de verste verte niet had.

En nu zit ik hier. Met een oranje vliegenmepper in m'n poten. Nog steeds geen spijt van. Hij ziet eruit als een degen, een soort sabel, met een goed in de hand liggende greep met zo'n gebogen stangetje. En de steel zelf kan je uitrekken. Net zoals de antenne op m'n oude radiootje. Verrekte handig om die klotekrengen vanop afstand onverwachts neer te sabelen. Niet zomaar een vliegenmepper dus. Een wapen.

Nee, ik heb het niet op vliegen. Ik vind ze vies, en vervelend. Al lang voor ik de film 'The Fly' had gezien. Wie zit er graag op een stinkende drol? Een vlieg. Wie kakt er zelf stiekem op je eten als ze de kans krijgt? Een vlieg. Wie komt er op de rand van je bierglas zitten en laat zich welwillend in het schuim vallen? Een vlieg. Wie komt er tien opeenvolgende keren net boven je enkel zitten, net op dat stukje bloot vel tussen je lange broek en je sokken? Juist.

Ze maken me gek! Huisvliegen, fruitvliegen, groene vliegen, aasvliegen, bromvliegen, vleesvliegen ... Doe me een lol! Ik haat ze, die stomme beesten.

Waarom noemen we een vlieg een vlieg? Omdat ze niks anders kan dan vliegen! Daarom! En kakken. En irritant zijn. Jaja, ik hoor je al denken: van die drie dingen kan je er zelf maar twee, dus wie is er dan stom?

Vliegen dus niet. Ze hebben gewoon een heel klein brein. 'Gebruik toch eens je verstand,' moet je tegen een vlieg niet zeggen. Ze doen het ten volle om bliksemsnel weg te vliegen van naderend onheil en om 'vliegensvlug' van koers te wijzigen als dat nodig is. Ze onderscheiden wel 300 beelden per seconde, dat is meer dan tien keer zoveel als de doorsnee mens en ook veel meer dan ik toen ik in mijn jonge jaren op een zomerse zaterdag de Playboycollectie van mijn neef ontdekte.

Het probleem is dat ik geen vlieg kwaad doe. Maak daar 'deed' van, want sinds ik mijn oranje sabel heb, ben ik een meedogenloze seriemoordenaar geworden. Ik zoek ze, ik ruik hun angst en ik vermorzel ze. Liefst van al na het uitrekken van m'n steel. Trots ben ik er niet op, maar soms mep ik niet eens met volle kracht, zodat ik na de slag hun pootjes nog even zie bewegen en stuiptrekken vlak voor ik ze met een tissue helemaal plat knijp.

Wat een plottwist. De ietwat saaie huisvader die via het spontane shopgedrag van z'n kinderen en de marketingstrategie van een discountwinkelketen transformeert tot een bloeddorstig monster dat geniet van het lijden van z'n slachtoffers.

Niet zomaar een vliegenmepper dus.

Danny VANDENBERK