Een andere wereld
De wereld verandert snel. Verschillen tussen arm en rijk nemen toe. De afbraak van sociale voorzieningen, de toenemende armoede en militarisering leiden tot massale protesten. Niet alleen bij ons, maar ook in landen als Spanje, Portugal, Italië, Frankrijk en de Verenigde Staten.
Sociale én politieke tegenstellingen worden scherper. De scheuren in samenlevingen worden steeds zichtbaarder. Het agressieve optreden van de VS hangt samen met de verschuiving van het internationale machtsevenwicht.
Ook op nationaal vlak zijn er verschuivingen. De verkiezingen in Duitsland maken ons duidelijk dat daarmee ook oude gevaren opnieuw aan de oppervlakte kunnen komen.
Veel astronauten krijgen te maken met het ‘overview-effect’. De aanblik van de aarde vanuit de ruimte veroorzaakt een emotionele schok die hun bewustzijn kan veranderen.
Vanuit de ruimte verschijnt onze planeet als een kwetsbaar, ondeelbaar geheel. Grenzen vervagen; landen en oorlogen zijn niet langer zichtbaar. Dat kan leiden tot een andere kijk op de wereld en onze plaats daarin.
Maar ook dichterbij huis kunnen ervaringen ons bewust maken van de verschillende werelden waarin mensen leven.
In de Nederlandse regio Oldambt leerde ik die werelden van dichtbij kennen. De wereld van steenrijke herenboeren die zich gedroegen als koningen. Daartegenover stond die van landarbeidersgezinnen die moeite hadden om het hoofd boven water te houden.
Mijn vader had het van landarbeider tot kruidenier geschopt. Zijn klanten kregen een huishoudboekje waarin ze bestellingen konden opschrijven.
Vaak moest daarbij worden bezuinigd. Zelfs dan was er aan het einde van de maand vaak onvoldoende geld om rond te komen. De frustratie over noodgedwongen keuzes was weleens merkbaar wanneer de boodschappen werden afgeleverd.
Mijn vader, eerder sociaal bewogen dan een goede ondernemer, liet soms de rekening te hoog oplopen, waardoor ook in ons gezin spanningen ontstonden.
Het huishoudboekje van de Arizona-coalitie kampt met een vergelijkbaar probleem. Het begrotingstekort van nu heeft voor een belangrijk deel te maken met de taxshift van de regering Michel in 2016 (met daarin ook De Wever).
Die operatie kostte de overheid miljarden aan inkomsten. Vooral aandeelhouders en grote bedrijven profiteerden ervan. De gevolgen van die keuzes worden ook vandaag nog afgewenteld op de kwetsbaarste groepen in onze samenleving.
De noodzakelijke besparingen werden en worden vooral gezocht in de sociale zekerheid en pensioenen. De rekening komt zo opnieuw terecht bij groepen die niet verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van het tekort.
Frustratie en woede hebben geleid tot een lange reeks van actiedagen, stakingen en demonstraties. De vakbondsbetoging van afgelopen vrijdag was daarvan het meest recentste voorbeeld.
De druk op de Arizona-coalitie neemt toe. Deskundigen, media en politici houden er rekening mee dat de deadline van 13 oktober voor het begrotingsakkoord niet wordt gehaald.
Dat kan leiden tot Europese sancties en mogelijk ook tot een ‘rentesneeuwbal’: een situatie waarin de overheid steeds meer moet lenen om de rentes op bestaande schulden te betalen. De rentelasten jagen de schuld dan verder omhoog.
Het is een rampscenario, waarbij de vraag zich opdringt welke politieke keuzes ons in deze situatie hebben gebracht. Waarom de kwetsbaarste groepen opnieuw daarvoor de rekening moeten betalen.
Ook Lommel ontsnapt niet aan de financiële gevolgen van het gevoerde beleid. Door de ‘beperking van de werkloosheid in tijd’ verliezen veel werklozen hun federale uitkering. Ze zullen nu noodgedwongen aankloppen bij de OCMW voor een leefloon. De extra administratieve en financiële kosten komen deels op het bordje van de stad te liggen.
Daarnaast dreigen gemeenten een deel van hun inkomsten te verliezen door de fiscale hervormingen, waaronder de verhoging van het belastingvrije inkomen.
De gemeentelijke opcentiemen zijn gekoppeld aan de federale personenbelasting. Een daling van de opbrengst kan dus ook de gemeentekas treffen. Voor de toch al niet rooskleurige financiële positie van Lommel is dat slecht nieuws. En ook hier rijst de vraag wie uiteindelijk de rekening zal moeten betalen.
In het steeds breder wordende verzet worden de contouren zichtbaar van een andere, socialere politiek. PS-voorzitter Paul Magnette stelt, net als de PVDA, voor om de uitgaven voor defensie terug te schroeven in plaats van verder te snijden in de sociale zekerheid.
Overheidsuitgaven kunnen ook worden gebruikt om banen te scheppen en te behouden en maatschappelijke behoeften te lenigen.
Misschien begint een andere wereld niet met een blik vanuit de ruimte, maar met de eenvoudige vraag die mijn vader zich telkens opnieuw moest stellen: wie kan de rekening nog betalen? En vooral: waarom zijn het steeds dezelfde groepen die ervoor moeten opdraaien?
Benny AHLERS