Rotselaar
De dikke en de dunne. Een van de populairste komische duo's uit de geschiedenis. Ik vind ze nog steeds geweldig, ook al is slapstick zeker niet mijn favoriete genre. Stan Laurel en Oliver Hardy maakten nog de overstap mee van geluidloze naar gesproken film. Wat je misschien niet weet, is dat ze die switch aanvankelijk met tegenzin maakten, omdat die voor veel van hun collega-acteurs uit die tijd al een ondergang van hun carrière had betekend. Stan en Ollie daarentegen werden er alleen maar populairder door. Ook bij mij, want geluidloze films vind ik daadwerkelijk stom en het contrast tussen het iele stemmetje van Laurel met z'n Brits accent en het sappige Amerikaans van Hardy is hilarisch.
Zelf heb ik ook een dikke en een dunne. Ik heb het dan over m'n darmen, voor alle duidelijkheid. Op zich eveneens een komisch duo dat de omschakeling van stil naar luid door de jaren heen probleemloos maakte.
Samen zouden ze een slordige acht meter lang zijn. 't Is een schatting. Nameten gaan we niet doen, want ze zitten netjes opgerold in m'n buik. Alhoewel, ik vermoed dat het woord 'slordig' in mijn interne ingewandkeuken eveneens van toepassing is.
Vroeger maakte ik me daar ernstig zorgen over. Mijn buik produceerde toen al een indrukwekkend oeuvre aan opvallende geluiden, gaande van lachwekkende piepjes tot onheilspellend donderachtig gerommel. Enigszins beschamend. De dokter gaf me toen het advies om langzamer te eten, zodat ik tussendoor minder lucht zou happen. Ik probeer het al vijfendertig jaar. Het is me nog steeds niet gelukt.
Gisteren las ik nog over voedselneofobie, de automatische reactie van kinderen tussen de twee en de zes jaar om afkerig te zijn van voedsel dat ze niet kennen. Een natuurlijke reflex die hen behoedt voor giftig eten omdat ze nog moeten leren dat ze niet zomaar alles in hun mond mogen steken. Frustrerend soms voor jonge ouders, maar ik vermoed dat de mijne er met kleine Danny nooit problemen mee hebben gehad.
Nog steeds wil ik altijd en overal dingen proeven en steek ik alles zonder nadenken in m'n smikkel. Gisteren veegde ik nog kruimels van tafel en at ze op. Plots voelde ik een hard, langwerpig stukje dat ik niet geknabbeld kreeg. Bleek een vingernagel te zijn. Jaren geleden raapte ik argeloos een bruin balletje op dat naast de eettafel lag. Niet zou nauw kijkend en in de veronderstelling dat het een bruine M&M was, stond ik op het punt om het in mijn mond te gooien, toen mijn vrouw mompelde dat ze net een pamper had ververst en er ergens een keuteltje was weggerold dat ze niet meteen kon terugvinden.
Enfin, verder was het volledig onschuldig, zei de dokter, als ik verder geen klachten had. Misschien stress vermijden, en spanningen. Ook gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk.
Ondertussen is het een way of life geworden. Omstanders interpreteren en ik tracht te camoufleren.
'Hongertje, Danny?' zeggen ze dan smalend, terwijl ik meestal net daarvoor nog veel te snel heb zitten schransen annex lucht happen. Weten zij veel. Je kan het zo niet kwalijk nemen.
'Nee, mijn buik rotselt gewoon,' zeg ik dan, 'daar moet je niet op letten, want dat is normaal. Ik ben afkomstig van Rotselaar. Daar doet iedereen dat. Ik bén gewoon een rotselaar.'
Een belabberd en kinderachtig excuus, temeer omdat het woord 'rotselen' officieel niet eens bestaat en ik uiteraard geboren en getogen ben in Lommel, in een andere provincie, een dikke tachtig kilometer verderop. Om dit soort zinloze gesprekken te voorkomen, kruis ik mijn armen meestal stevig en geluiddempend tegen m'n buik of begin volop te praten als er stiltes dreigen te vallen, zodat mijn persoonlijke laboratorium toch op volle toeren kan blijven borrelen en reutelen.
Op die wijze ontstaan mijn ratelmonologen, tijdens dewelke ik de vreemdste dingen zeg en aan elkaar vastknoop. Alles om stiltes te vermijden. Nu ik er zo over nadenk, schrijf ik ook op die manier. Druk, ratelend, van de hak op de tak springend, niet beseffend dat alleen ik, de rotselaar, mezelf bezig hoor.
't Is allemaal de schuld van mijn luidruchtige darmen. Ik geef ze hoe dan ook een hardverdarmend applaus, want ze hebben het hard te verduren en desondanks werkt mijn spijsvertering uitstekend.
Werken ... Hé, eigenlijk liggen mijn darmen helemaal in lijn met mezelf. Als IK hard moet werken, protesteer ik ook luid. Ik ga het toch nog eens proberen, dat trager tafelen, sloom slurpen en treuzelend peuzelen. Je weet maar nooit.
Danny VANDENBERK
Artikel delen
Volg ons op Social Media
Nieuws insturen
Zelf Lommels nieuws insturen? Dat kan via lommelsegazet@telenet.be
Lees meer over Prauwët van Danny
Jést of lést?
Haakjesdagen
Dë zwèttë flès
Ballen