Lofzang op Kerkhovense cafés
Nog eens een bijdrage van Louis Schillebeekx
Ik denk nog altijd terug aan het dorp, waar mijn jonge leven heeft bestaan. Maar dat dorp bestaat niet meer, toch niet gelijk het vroeger was. Er gebeurden toen dingen, waar ik nog steeds aan moet terugdenken. Soms heb ik spijt. Spijt dat alles voorbij is. Dat van vroeger en zo. Toen we als jonge gasten voor schooltijd in de berkenbomen aan het kerkhof kropen om daarna naar beneden te zwiepen. Hoe we onze eerste sigaret rookten bij Stanske Cox bij onze plechtige kommunie, en de scherpe rook zolang mogelijk probeerden in te houden, om hem daarna zo profijtelijk mogelijk uit te blazen. We probeerden het ook langs onze neus, maar begonnen te hoesten als koolputters.
Hoe we dachten dat ons eerste lief het einde van de wereld was, maar dat was een grote vergissing. Hoe Willem van Mie Prel met de kermis met kleren aan van de brug over het kanaal sprong, zo zat als ne Zwitser. Hoe meester Weynen met ons in het café zijn verdriet kwam verdrinken, nadat zijn Madam vertrokken was. Hoe Jef van de Bakker met de processie en kermis, met witte handschoenen aan alles in goede banen leidde. Hoe Kapelaan Tabruyn die toezegde de nieuwe kantine van het voetbal te komen inzegenen. Waarop Jan Berkmans zei. ‘Het kan me niet schelen wie, al komt Christus zelf, maar als Tabruyn komt, zul je mij niet meer aan het voetbal zien’. Hoe al die typische mensen en gebeurtenissen een plaats hebben ingenomen en toch eens zullen gewist worden.
En de vele cafés die mijn dorp rijk was in mijn jeugdjaren. Cafés die een eigenheid gaven aan het dorp. Met allemaal zijn herinneringen. Het café van Sin. Waar één van de klanten, (een jonkman) in de patattentijd vijf zakken patatten leverde op vraag van Sin. Met als belofte van betaling.’ We zullen dat wel eens regelen als er geen volk in het café zit.’ Maar van betalen werd later niet meer gesproken. Een tijd daarna zitten we gezellig aan den toog, en iets valt op. Regelmatig moeten we op kosten van de patattenleverancier uitdrinken. Rond elf uur stapt hij op, en Sin roept ‘Hey, ge moet nog afrekenen’. De man van de patattenhandel draait zich om en zegt. ‘Dat is op kosten voor die levering van de patatten.
Het café ‘De plezante hoek’ waar een accordeonist van de kabberdoes Kerkhoven op de kaart wilde zetten door het wereldrecord ‘om ter langst te spelen’ ging aanvallen. Jef van de Bakker, samen met zijn broers hebben toen een week lang niet geslapen. Jef voor het verkeer te regelen, Jean als soigneur, de laatste van de mannen had steeds een blauw potske op. Dat legde hij omgekeerd op het verhoog waar de man speelde om het supportersgeld op te vangen. Regelmatig moest hij naar achter om zijn potske om te keren. Maar helaas. In het zicht van eindmeet moest hij door vermoeidheid afhaken.
Café ‘De Waterkant’ waar je met je vrienden naar de kermiskoers ging kijken. En je juist de tijd had om elke ronde je pint uit te drinken als de wagen van ‘Rodania’ al draaide aan de plezante hoek. En zo tien ronden lang. Als de koers aankwam, was het weer Jef de Bakker die alles moest regelen voor de goede orde. Maar het volk drumde zodanig om de plaatselijke favorieten te zien, dat iemand per abuus tegen Jef zijn kepie stootte, en deze in het midden van de weg belande. Jef de Bakker was een brave man, ik denk niet dat hij iemand ooit een boete heeft aangesmeerd. Maar nu was het efkens anders. Hij dronk graag een pint.
De jonge mannen die van thuis uit nog naar de mis moesten gaan, leunden doorgaans van achter in de kerk tegen de muren van het portaal. Na de preek stapten ze naar café ‘Liza van de Bakker’. Doorgaans zat Jef daar al te wachten. Sommigen mannen van het jonge volkje had al een Zundapp of Flandria bromfiets. Die werden al eens gestolen. En dan moest Jef proberen het ijzeren tuig terug op Kerkhoven zien te krijgen. Lukte dat, dan dronk Jef mee op het succes. Lukte het niet, dan was hij kwaad en riep ‘Ik kijk niet meer naar je brommers als er iets gebeurd. Je moet het zelf maar in het oog houden'. Jef had zelf een Mobilette, zo eentje met het reservewiel vooraan juist onder het stuur. Nu hadden enkele van deze jonge gasten op zaterdagavond de Mobilette gejat en weggestoken in een van de lokalen van de oude lagere school langs het café. Die zondag is Jef door het lint gegaan. Maar hij bleef de goedigheid zelve.
En dan mijn stamcafé ‘Bij Peer van den Anker’ waar de jonge mannen die in Gompel werkten en al wat zakgeld kregen samen met hun kameraden aan den toog of op het sjotterke hingen. In de zomer in bloot bovenlijf. Natuurlijk trekt dat vrouwvolk aan. Je praat met die meisjes. En er is al eens iemand waar je belangstelling voor hebt. Er zijn zoveel dingen die je zeker weet. Maar je weet alleen maar van ‘horen zeggen’ hoe het eigenlijk in zijn werk gaat. En dan je eerste kus. Het is voor het eerste dat je mond de lippen van het andere geslacht gaat ervaren. En als het voorbij is zegt ze. 'Je moet niet overdrijven, gewoon is veel gemakkelijker.’ En zo kom je stilaan in het werkelijke leven.
Ik zou nog veel herinneringen kunnen ophalen, maar dat is voor later. Grt.
Louis Schillebeekx