Zelf Lommels nieuws insturen? Dat kan via lommelsegazet@telenet.be

Kolonie, tussen kanaal en buitenland

Kolonie, tussen kanaal en buitenland

Op het internet staat gehucht Kolonie omschreven als “Tussen kanaal en buitenland ligt de meest geïsoleerde, maar ook mooiste, plattelandsbuurt van Lommel. De inwoners ontwikkelden er een uitgesproken buurtgevoel en hunkeren naar samenredzaamheid”.

Onze Kolonie werd, met de naam “Colonie Agricole”, in 1850 door de Belgische staat gesticht als een “weldadigheidskolonie” met twintig boerderijen, een pastorie en een school. Het ‘weldadige’ karakter bestond uit het verplaatsen van armoedige inwoners uit de rest van België naar een onvruchtbaar gebied. Volgens verhalen werden arme sloebers, die niet genoeg geld op zak had om een brood te betalen, als geschikte kandidaten gezien. De Franse aanduiding verklaart ook de voor mij verwarrende nadruk op de laatste lettergreep.

Het experiment mislukte. Velen vertrokken weer na korte tijd omdat de grond te onvruchtbaar was, de meststoffen te duur, de pachtprijzen te hoog en de kolonisten geplaagd werden door misoogsten en veeziektes.

De jonge ingenieur Joseph Keelhoff, verantwoordelijk voor de aanleg van de kolonie, was ervan overtuigd dat de wateringen en vloeiweiden economische welvaart kon brengen en kocht de nederzetting en bijbehorende vloeiweiden op. Hij verwierf internationale bekendheid door zijn onderzoek naar bevloeiing van graslanden en irrigatie. De boerderijen werden na verloop van tijd één voor één weer verkocht aan mensen uit de streek.

Pas tegen het einde van de eeuw ontstond, door de komst van fabrieken, iets meer welvaart. Een deel van de Watering werd door “Union Alumetière” gekocht, een luciferfabriek die er Canadapopulieren plantte. In de volksmond werd het gebied ook wel de “Stekskeswetering” genoemd. De naam van de basisschool “’t Stekske” is een verwijzing naar deze geschiedenis.

Er is sinds die tijd veel veranderd. Niet alleen in fysiek opzicht door de vele nieuwe woningen en nu met het nieuwe park bij “de Kom”, maar ook in sociaal opzicht. In de loop der tijd zijn buurtvoorzieningen als cafés, de buurtwinkel en bakker verdwenen en is de zorg- en dienstverlening verplaatst naar het centrum van Lommel. Dat had invloed op de leefbaarheid en het buurtgevoel.

Het is geen geschiedenis van louter kommer en kwel. Buurtbewoners namen zelf initiatieven Naast de schuttersvereniging St-Jozefsgilde en de KWB hebben buurtbewoners nieuwe verenigingen opgericht als De Grenstrappers en de tennisclub.

Vanaf juli 2022 valt bij de inwoners van Kolonie elke maand de wijkkrant in de bus met daarin informatie voor en door de buurtbewoners. Een initiatief van het Wijkteam Kolonie samen met buurtzorgregisseur Peter Maes, de stad Lommel en gesubsidieerd door de Vlaamse overheid.

Genoeg reden dus om een gesprek met Peter aan te gaan over zijn visie hoe dit zich verder gaat ontwikkelen.

Wat houdt dat in: buurtzorgregisseur?

Peter: “Het is een functie die sinds 2020 in Lommel bestaat. Vanuit de zorgvraag van de buurt is samen met het wijkteam een uitvoerige bevraging en analyse gedaan: waar is er behoefte aan, wat zijn de problemen waar de buurt tegen aanloopt en hoe lossen we dat SAMEN op? Het bijzondere van de Kolonie is het grote aantal vrijwilligers dat zich wil inzetten. Geloof het of niet: Kolonie is ook bekend in Brussel. Dit is wat ze willen, maar op veel plaatsen ontbreekt. De bereidwilligheid om op deze schaal in een buurt zelf de handen uit de mouwen te steken is moeilijk te vinden, is misschien wel uniek. Een buurtzorgregisseur helpt mee en stimuleert.

Het belangrijkste probleem is de drempel die buurtbewoners moeten nemen om hun behoefte aan buurtgerichte zorg duidelijk te maken en de bereidheid om zelf stappen te ondernemen. In Kolonie hebben we nu een groep van pakweg 25 vrijwilligers, die elkaar ook onderling helpen zoals bij het wijkrestaurant en grote activiteiten van lokale verenigingen . Dat maakt de onderlinge band en die met de buurt nog sterker.”

Peter haalt een schema tevoorschijn met aantekeningen en legt uit: “Samen met het wijkteam en het Lokaal Dienstencentrum (LDC) zijn na een zeer degelijke buurtanalyse en grootschalige bevraging vier doelstellingen als prioriteit geformuleerd:

· Verenigingen ondersteunen en gezamenlijke activiteiten organiseren
· Publieke ruimtes aanpassen
· De mobiliteit binnen en over de grenzen van Kolonie verbeteren
· Wijkcommunicatie
· De zorgvraag en het zorgaanbod dichter bij elkaar brengen

Voor elk is een werkgroep in het leven geroepen. Bij het eerste punt ligt de nadruk op het samen organiseren en ondersteunen en het ontwikkelen van activiteiten zoals ‘Kunstig Kolonie’, de kerstmarkt, voetbal, ‘mooi makers’, het wijkrestaurant… Het wijkteam beschikt overigens over een eigen rekening, een eigen kas.

De publieke ruimtes aanpassen heeft betrekking op ‘de Kom’ (misschien een buitenterras aanleggen?), het nieuwe park, de herbestemming van de kerk, de winterkapel, Mariagrot, de speelplaats naast het Stekske.

Voor het nieuwe park is 237.500 euro subsidie vrijgemaakt vanuit Europa. Ook de opening van het nieuwe park wordt door het wijkteam georganiseerd. Een teken dat de buurt zich eigenaar voelt en de verantwoording voor het park op zich neemt. Dit wordt het centrum van Kolonie. In andere wijken is dat lastiger. Als voorbeeld: waar denk je is bijvoorbeeld het centrum van Lutlommel?

De werkgroep Mobiliteit houdt zich bezig met bijvoorbeeld een eigen lokale mindermobiele centrale, het Hoppinpunt, met de mogelijkheid om een elektrische deelwagen met een oplaadpunt te creëren en een veilige schoolomgeving.

Voor de wijkcommunicatie is een groep verantwoordelijk voor de wijkkrant, de website en communicatie via andere kanalen.

Dan heb je nog een categorie ‘Hulpvraag en hulpaanbod’. Dat gaat over zaken als de WhatsApp-groep, de onderlinge samenwerking, de info en vorming van het LDC en de samenwerking met professionele partners.

Op het internet staat hoe andere gemeentes dit aanpakken. Lokeren bijvoorbeeld heeft het initiatief genomen voor een mobiele ‘sociale kruidenier’ die verschillende buurten afgaat. Niet alleen als oplossing voor de te dure winkelkar, maar ook als ontmoetingsplek.

In Limburgse gemeenten als Leopoldsburg, Houthalen-Helchteren en Bilzen zijn vaste locaties. In Heist-op-den-Berg hebben ze de Bus met de bib en het aanbod van gemeentelijke teams.

Kijken jullie naar dat soort initiatieven bij het ontwikkelen van verdere plannen?

Peter: Het zijn interessante projecten, maar er is niet zoiets als een generieke formule. Het is afhankelijk van de buurt. Kolonie is geen arme wijk, dus is er hier niet echt behoefte aan een ‘sociale kruidenier’. Wel hebben we bijvoorbeeld gedacht aan het plaatsen van een broodautomaat.

Onze planning is gebaseerd op de zorgbehoefte van de buurt. Dat geldt ook voor de andere gehuchten. Belangrijker nog dan de precieze invulling is het stimuleren van de honger naar ervaring en kennis. Die is nodig om de buurtreflex te verankeren in de ambitieuze stedelijke visie. Om de initiatieven over te kunnen dragen aan de buurt. Het is een soort ‘empowerment’.

Dit willen we bereiken door in te zetten op buurtgerichte zorg. Vanuit een activiteiten- en vrijwilligersplatform willen we onze buurtverenigingen ondersteunen en ‘buurtontmoetingsmomenten’ mogelijk maken.”

Benny AHLERS