De comeback van de dienstmeid
Een vrouwelijke arts, huidig verblijf Parelstrand, werkt als poetshulp, net als sommige Poolse en Oekraïense moeders van leerlingen in onze scholen.
Evrim Sommer, historicus en genderwetenschapper aan de Humbold universiteit in Berlijn, heeft een intrigerend artikel geschreven. Het gaat over een onderzoek van Sabine Hess en Ramona Lenz naar een ontwikkeling die ook bij ons valt waar te nemen.
“Na 30 jaar anti-immigratiebeleid vindt er een verschuiving plaats: gecontroleerde immigratie moet mogelijk worden vanuit arbeidspolitiek-oogpunt… Er is vraag naar vrouwelijke arbeidskrachten. In recent genderonderzoek wordt daarom al gesproken van een “comeback van de dienstmeid”.
Deze wetenschappers die de groeiende vraag naar “dienstmeisjes” onderzochten, zien deze ontwikkeling als een gevolg van de “neoliberale economie”, waarbij een grote mate van flexibiliteit van werknemers wordt verwacht.
De verwachte modernisering van de genderverhoudingen vertraagt of is zelfs op de terugweg: de vrouw blijft steken met een dubbele last (gezin en werk), het aandeel van de mannen in het huishouden groeit niet omdat alleen productiewerk betaalt. Een uitweg is het uitbesteden van huishoudelijk werk.
Ze noemen het een ‘feminisering van de werkgelegenheid’ die doet denken aan koloniale tijden. In een vergelijking van de situatie in Duitsland (veel vrouwen uit Oost-Europa) met die in Cyprus (vrouwen uit Filippijnen en Sri Lanka) ziet Sommer behalve verschillen ook sterke overeenkomsten: slecht betaalde jobs in verzadigde markten met als alternatieve verdienmodel de prostitutie. De maatschappelijke beoordeling van het hebben van een ‘dienstmeisje’ verschilt: in Duitsland wordt ze een ‘Au pair’ genoemd, alsof het een vorm van ontwikkelingshulp is, in Cyprus is ze een statussymbool.
Dit alles doet denken aan verhalen van vroeger: over tot slaaf gemaakte vrouwen in Europese kolonies en de Geconfedereerde Staten van Amerika, over Congolese vrouwen die door ‘Force Publique’ (het Belgische koloniale leger) werden ontvoerd om hun mannen te dwingen rubber te oogsten tot verhalen, over hoe plattelandsmeisjes als dienstmeisjes werkten voor gegoede burgers.
De ondertiteling van het essay van Sommer is ‘de etnisering van huishoudelijk werk’: het invullen van huishoudelijke taken door een vrouw met een kleurtje. Het is niet moeilijk om een karikatuur te schetsen waarin een blanke madam vanuit haar zetel opdrachten geeft. Maar is dat ook de werkelijkheid?
Ook die ‘blanke vrouwen’ worden, opnieuw, extra getroffen door de neoliberale politiek. Ze krijgen nog steeds vaak minder loon dan een man die hetzelfde werk doet, worden door de bezuinigingen geconfronteerd met groeiende werkdruk en stress en het wordt moeilijker om een fatsoenlijk pensioen op te bouwen.
Het oplossen van het probleem van dubbele last (gezin en werk), komt vaak op hun bordje terecht. Het wordt aanlokkelijker om te stoppen met een onderbetaalde baan met veel stress. Ook al heb je daarvoor gestudeerd.
De ‘comeback van de dienstmeid’ weerspiegelt de groeiende ongelijkheid in onze samenleving. Niet alleen voor vrouwen met een kleurtje of voor vrouwen tout court, maar voor iedereen in een kwetsbare positie.
De omstandigheden verschillen, het thema blijft hetzelfde: vrouwen, net als kinderen vroeger hier en nu in Sub-Sahara Afrika, zijn niet meer dan middelen om de productie te verhogen, gebruiksvoorwerpen die naar believen kunnen worden vervangen.
Het doet denken aan de bekende uitspraak van Martin Niemöller: “Als die Nazis die Kommunisten holten, habe ich geschwiegen; ich war ja kein Kommunist.”
Vrouwen worden door neo-liberalen gezien als gemakkelijke slachtoffers, waarbij van het kleurtje dankbaar gebruikt wordt in het ‘verdeel en heers’-beleid, als een begin van een ‘herstructurering’ van de arbeidsmarkt. De geschiedenis toont een ander verhaal. De vraag blijft: waar volgt daarna?
Op 8 maart 1908 demonstreerden duizenden vrouwen in New York, voornamelijk textielarbeidsters, voor meer loon, betere werktijden, betere arbeidsomstandigheden en tegen kinderarbeid. Die dag is inmiddels uitgegroeid tot de Internationale Vrouwendag, een wereldwijde dag die in het teken staat van strijdbaarheid, solidariteit en de viering van de rechten, kracht en bijdragen van vrouwen.
Tijden veranderen. Verworvenheden in de strijd van toen zijn niet gegarandeerd. De pogingen om de vrouwen terug te dwingen in een rol als dienstmeid roept weerstand op.
Op de Internationale Vrouwendag 2026 verschijnt het nummer Dit is mijn stad van singer-songwriter en woordkunstenaar Mattanja Gerritsen. In haar Nederlandstalige, poëtische muziek verbindt zij woordkunst met maatschappelijke thema’s als vrouwenrechten en veiligheid op straat. Met dit nummer staat één boodschap centraal: het opeisen van de nacht.
‘Dit is mijn stad’ verwoordt het recht om je vrij en veilig te bewegen in de publieke ruimte zonder angst, zonder beperking, zonder aanpassing. De thematiek sluit aan bij de campagne #NietMijnRecht, waarin aandacht wordt gevraagd voor veiligheid en gelijkwaardige ruimte voor vrouwen in onze samenleving.
Benny AHLERS