Wat je nog niet wist over Palestina: geschiedenis en de kracht van desinformatie
Wat vaak wordt voorgesteld als een conflict tussen twee partijen, roept in werkelijkheid vragen op over internationale wetgeving, mensenrechten en de verantwoordelijkheid van externe staten zoals België. Op 5 juli 2024 werd België, samen met landen als Duitsland, Nederland en Canada, aangeklaagd bij het Internationaal Strafhof wegens vermeende medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en steun aan een apartheidsregime. Ik wou een duidelijk overzicht bieden van kernargumenten en internationale rapporten, met aandacht voor historische context om duidelijkheid te werpen op een onderwerp dat vaak wordt beschreven als ‘complex’.
Zionisme, koloniale plannen en de Balfour-verklaring
Het zionisme ontstond eind 19e eeuw als een beweging die streefde naar een Joodse staat. Hoewel Palestina uiteindelijk werd gekozen als locatie, waren ook andere landen overwogen, zoals Oeganda en Madagaskar. In 1917 gaf Groot-Brittannië via de Balfour-verklaring steun aan een Joods “thuisland” in Palestina, zonder de rechten van de Palestijnse bevolking te beschermen.
In 1948 werd de staat Israël opgericht. Voor Palestijnen betekende dit de Nakba, ofwel “de catastrofe”. Meer dan 700.000 mensen werden uit hun dorpen en steden verdreven. In privéverslagen spraken leiders openlijk over het “leegmaken van het land” voor een Joodse meerderheid. In dorpen zoals Deir Yassin werden massa’s burgers vermoord. Zulke gebeurtenissen veroorzaakten paniek, waardoor honderdduizenden Palestijnen vluchtten. Ze mochten niet terugkeren, zelfs als hun huizen op enkele kilometers afstand lagen. Veel huizen werden ingenomen of vernietigd.
Dit was het begin van een langdurige ontheemding die nog steeds voortduurt. Pro-Israëlische stemmen rechtvaardigen dit door te beweren dat de Palestijnen vrijwillig vertrokken waren, maar historische bewijzen scheppen een ander beeld. De Israëlische historicus Ilan Pappé spreekt expliciet van een gepland programma van etnische zuivering, gebaseerd op zionistische documenten en militaire strategieën. Dit toont aan dat het doel niet tijdelijke veiligheid was, maar permanente vervanging.
Bezetting en segregatie
Voorafgaand aan de Zesdaagse Oorlog waren er al Palestijnse verzetsgroepen opgericht en opereerden zij vanuit buurlanden om aanvallen uit te voeren op Israëlisch grondgebied. Israël reageerde vaak met harde militaire vergeldingsacties. In mei 1967 escaleerde de situatie drastisch. De Egyptische president kondigde aan dat de VN-vredestroepen zich moesten terugtrekken uit de Sinaï. Kort daarop blokkeerde Egypte de Straat van Tiran, een cruciale zeevaartroute voor Israëlische handel, en sloot het militaire verdragen af met Jordanië en Syrië om gezamenlijk op te treden in het geval van oorlog. De CIA en zelfs de Mossad bevestigden dat ze op dat moment niet van plan waren om Israël aan te vallen. Ook historische analyses bevestigen dit. Verslagen uit Egypte geven aan dat dit symbolisch en politiek gemotiveerd was.
Op 5 juni 1967 lanceerde Israël een verrassingsaanval op de Egyptische luchtmacht. Binnen enkele dagen schakelde het ook de luchtmachten van Syrië en Jordanië uit. In slechts zes dagen veroverde Israël de Sinaï van Egypte, de Golanhoogten van Syrië, en de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem van Jordanië. Hoewel Egypte later de Sinaï terugkreeg, annexeerde Israël andere gebieden zonder internationale goedkeuring. Sindsdien leeft een groot deel van de Palestijnen onder militaire bezetting. De nederzettingen in dit gebied zijn in strijd met het internationaal recht, maar breiden zich nog steeds uit. Op Israëlische kaarten en in onderwijs worden de Golanhoogten vaak als Israëlisch gebied aangeduid, ondanks dat het volgens internationaal recht nog altijd Syrisch grondgebied is.
Identiteit en apartheid
Palestijnen worden door Israël verdeeld in groepen die elk een andere kleur identiteitskaart hebben, wat hun rechten bepaalt. De kaarten zijn niet zomaar papierwerk, ze bepalen hoe vrij iemand is, waar iemand mag wonen, werken, studeren of zelfs liefhebben.
Sommige Palestijnen die na 1948 binnen de grenzen van Israël zijn gebleven, kregen het Israëlisch staatsburgerschap. Zij hebben een blauwe identiteitskaart en mogen stemmen, maar hun rechten zijn in de praktijk beperkt. Ze kunnen bijvoorbeeld hun partner uit Gaza of de Westelijke Jordaanoever niet bij zich laten wonen en mogen geen grond kopen van de staat, die vooral voor Joden is voorbehouden.
Palestijnen in Oost-Jeruzalem hebben ook een blauwe kaart, maar zij zijn officieel geen burgers. Ze hebben een verblijfsstatus die makkelijk ingetrokken kan worden. Wie bijvoorbeeld een tijdje in het buitenland verblijft of onvoldoende bewijs heeft dat hij in Jeruzalem woont, verliest zijn rechten en kan uitgezet worden. Deze mensen mogen niet stemmen op nationaal niveau en hebben geen eigen paspoort.
De meeste Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever en Gaza hebben een groene kaart. Deze kaart wordt uitgegeven door de Palestijnse Autoriteit, maar Israël beslist wie er een krijgt. Met een groene kaart mag je niet zomaar naar Jeruzalem of Israël reizen. Er is altijd een speciale vergunning nodig, die vaak wordt geweigerd. Ook mag je niet stemmen in Israël, krijg je geen sociale zekerheid, en kun je gearresteerd worden als je reist zonder toestemming. Zelfs reizen tussen Palestijnse steden in de Westelijke Jordaanoever is vaak moeilijk, omdat je telkens langs Israëlische controleposten moet.
Amnesty International, Human Rights Watch en ook de Israëlische organisatie B’Tselem noemen dit systeem apartheid. Dat betekent: de overheersing van de ene groep over de andere op basis van afkomst of etniciteit, met als doel die situatie in stand te houden.
Er zijn ook wetten die deze ongelijkheid ondersteunen. De Absentees’ Property Law uit 1950 maakte het mogelijk om land van gevluchte Palestijnen in beslag te nemen. De Nation-State Law uit 2018 verklaart Israël als een exclusief Joodse staat. Gelijkheid wordt nergens vernoemd.
Het verzet
In 2003 werd de Amerikaanse activiste Rachel Corrie overreden en gedood door een bulldozer toen ze een Palestijns huis probeerde te beschermen tegen sloop. In 2010 probeerde het Turkse schip Mavi Marmara de zeeblokkade te doorbreken met hulpgoederen. Israël viel de vloot aan in internationale wateren, waarbij negen Turkse activisten werden gedood. Ook in 2025 werd het schip Madleen, bemand met o.a. Greta Thunberg, onderschept tijdens een vergelijkbare actie, waarbij de bemanning werd gearresteerd. Momenteel bereidt de Handala zich voor om opnieuw naar Gaza te varen.
Ook binnen Israël groeit het verzet. Steeds meer jongeren weigeren in het leger te gaan en steken hun oproepingsbrieven in brand. Daarnaast zijn er steeds meer meldingen van IDF-soldaten die zelfmoord plegen uit wanhoop.
Pinkwashing en vrouwenrechten
Het homohuwelijk is in Israël niet toegestaan. Conservatieve groepen voeren regelmatig campagnes tegen LGBTQ+-rechten. Ook interreligieuze huwelijken worden niet erkend. Verrassend genoeg zijn sommige buurlanden, die vaak als minder progressief worden bestempeld, soepeler wat betreft interreligieuze huwelijken.
Er wordt ook vaak gezegd dat Palestijnse vrouwen onderdrukt zijn en geen stem hebben. Dat beeld klopt niet. Vrouwen als Bisan Owda, Mariam Barghouti en anderen spreken zich juist krachtig uit. Zij zijn journalisten, activisten, studenten en moeders die een belangrijke rol spelen in het verzet en in de Palestijnse samenleving.
Het gebruik van stereotypen over vrouwen en LGBTQ+-rechten als rechtvaardiging voor onderdrukking draagt bij aan het legitimeren van geweld en discriminatie. Tenslotte is het grootste deel van de slachtoffers van het geweld in Gaza, zo'n 50-70%, vrouwen en kinderen.
Hongersnood en gestolen hulpgoederen
De Gazastrook wordt sinds 2007 geblokkeerd door Israël en in mindere mate door Egypte. Twee miljoen mensen zitten opgesloten in een gebied dat kleiner is dan de stad Antwerpen. Deze blokkade zorgt voor een enorme humanitaire crisis. In sommige gebieden is een zak meel meer dan 400 dollar waard geworden. Velen zijn al omgekomen door gebrek aan voedsel. Voedseldistributiepunten bevinden zich ook vaak in frontliniegebieden waar mensen worden neergeschoten.
Toch beweren sommigen dat er geen hongersnood is en dat Hamas de hulpgoederen steelt. Daar is geen bewijs voor. Wel zijn er meldingen van gewapende groepen zoals de Popular Forces die hulp stelen van VN-convooien. Deze groepen zouden financiële steun krijgen van Israël. In november 2024 werd een konvooi van 109 trucks aangevallen bij Kerem Shalom. UNRWA omschreef de actie als “tactisch, systematisch, crimineel plunderen”.
Conclusie
Het is belangrijk om te begrijpen dat zionisme een politieke beweging is, geen religie. Antizionisme verzet zich niet tegen joodse mensen, maar tegen het politieke project van kolonisatie, bezetting en ongelijkheid. Er zijn veel joodse organisaties die zich uitspreken tegen het Israëlische beleid, zoals Jewish Voice for Peace. In landen als Marokko en Iran leven joden al eeuwen samen met moslims. Ook in Palestina woonden vroeger joodse “Palestijnen”.
Wie zegt dat kritiek op Israël jodenhaat is, probeert de echte discussie uit de weg te gaan. Echte solidariteit betekent opkomen voor alle mensen die onderdrukt worden, ongeacht wie ze zijn of waar ze vandaan komen.
België profileert zich als verdediger van mensenrechten, maar blijft economische en militaire banden onderhouden met Israël. Door wapenexporten en politieke vaagheid draagt België bij aan het normaliseren van bezetting en apartheid. Neutraliteit in een situatie van structureel onrecht is geen neutraliteit meer.
Maryam Khair